Deze pagina is bedoeld voor dierenartsen. Als u een huisdiereigenaar bent, klik dan hier 

Het GI-microbioom van de hond

Wanneer u in de praktijk acute en chronische gastro-intestinale (GI) casussen behandelt, hoe vaak houdt u dan rekening met het GI-microbioom? Er is duidelijk bewijs van de brede effecten van het GI-microbioom en van het belang van de ondersteuning ervan.

Het risico op intestinale dysbiose

Zodra het GI-microbioom niet meer in evenwicht is, neemt het risico op darmdysbiose toe. Intestinale dysbiose wordt gedefinieerd als verschillen in verhoudingen van bacteriegroepen in vergelijking met die gevonden bij gezonde honden en gaat vaak gepaard met een vermindering van de diversiteit. Intestinale dysbiose is gemeld bij verschillende acute en chronische gastro-intestinale aandoeningen, maar kan ook worden veroorzaakt door bijvoorbeeld het gebruik van breedspectrumantibiotica.1

Figuur 1 toont potentiële beïnvloeders en verstoorders van het GI-microbioom, en hoe ze samenwerken om de algemene gezondheid te beïnvloeden.

Figuur 1. Het GI-microbioom

Er zijn veel zaken die het GI microbioom kunnen beïnvloeden. Positieve factoren helpen een gezond GI microbioom te creëeren, wat essentieel is voor de normale ontwikkeling en werking van het GI systeem van een hond en voor zijn algemene gezondheid.
Het GI microbioom kan negatief beïnvloed worden door microbioom verstoorders. Om zeker te zijn van een gezond huisdier is het belangrijk om bewust te zijn van de effecten van deze stoorzenders en advies te geven aan eigenaren hoe ze het intestinale microbioom van hun hond kunnen ondersteunen in deze gevallen.
Een gezond en goed functionerend microbioom produceert positieve stoffen die we microbioom metabolieten noemen. Deze metabolieten ondersteunen alle orgaansystemen, wat de algemene gezondheid van het dier helpt verzekeren.

Het GI-microbioom en diergeneeskunde

GI-ondersteuning

Preventie is de beste manier om een optimale GI-functie te behouden. Een logische manier om het GI-microbioom te ondersteunen, zijn op maat gemaakte GI support producten. Onderzoek toonde aan dat dergelijke producten het GI-microbioom kunnen moduleren.

Meer informatie

Advies wijzigen

Er zijn veel zaken die het GI-microbioom zowel positief als negatief kunnen beïnvloeden. Het is daarbij belangrijk om advies te geven aan eigenaren over het ondersteunen van het darmmicrobioom en het bewust zijn van de effecten van bijvoorbeeld stress en voeding.

In een onderzoek waarbij honden werden vergeleken die een commercieel geëxtrudeerd hondendieet kregen en honden die een rauw dieet kregen, werden significante verschillen tussen hun microbioom waargenomen, waarbij de groep met rauw voedsel een hogere incidentie had van Clostridium perfringens en Escherichia coli dan de groep met commercieel voer.

Protocolwijzigingen

De toediening van antimicrobiële stoffen die worden uitgescheiden in het maagdarmkanaal kan een ernstige verstoring van de inheemse microbiota veroorzaken. Dit kan leiden tot antibiotica-geassocieerde diarree en Clostridium difficile colitis, evenals een overmatige groei van antimicrobieel resistente pathogenen en multiresistente gramnegatieve bacillen. Overgroei kan genoverdracht van antibioticaresistentiegenen faciliteren.²

Het voorschrijven van bacteriële GI-ondersteunende producten naast antibiotica helpt om de gezonde microbioomfunctie te herstellen.

Toekomstige therapeutische protocollen

Het is een reële mogelijkheid dat modulatie van het GI-microbioom in de toekomst zal worden opgenomen in therapeutische protocollen. Toediening van probiotica komt al voor in een aantal klinische richtlijnen van de NHS, ook voor te vroeg geboren baby’s.

Referenties:

1.Honneffer JB, Minamoto Y, Suchodolski JS. Microbiota-veranderingen bij acute en chronische gastro-intestinale ontsteking van katten en honden. Wereld J gastro-enterol. 2014;20:16489–16497.
2.Harmoinen J, Mentula S, Heikkilä M, et al. Oraal toegediende gerichte recombinante bèta-lactamase voorkomt door ampicilline geïnduceerde selectieve druk op de darmmicrobiota: een nieuwe benadering om antimicrobiële resistentie te verminderen. Antimicrobiële middelen Chemother. 2004; 48: 75-79.